|
Website Chris Bödeker en Loes Bödeker-Lijmberg (Genealogie)
|
|
VI-d Christian Rudolph Bödeker Christian Rudolph werd geboren 5 Oct 1730 te Lieme, gedoopt 8 october.
Bij het overlijden van zijn Arnd Christian werden zijn ooms Wilhelm Theopold (chirurg te Lieme), Hans Niewegh (Lieme) en Barthold Neddermann (Heiden) tot zijn voogden benoemd. Zijn moeder stond erop dat hij ging studeren (en verplichtte haar 2e echtgenoot om dat te betalen). Hij bezocht eerst Lemgoer Gymnasium. Daarna studeerde hij in Göttingen (1751) en ter promoveerde in het (prestigieuzere) Helmstedt. In de Matrikel van Helmstedt is hij opgenomen op 11 mei 1753 (eerste semester) en wel als "Christianus Rudolphus Boedecker, Lima/Lippiacus. CA Göttingen, Med.". Onder bekende hoogleraren in Helmstedt in de medicijnen waren Philip Conrad Fabritius (vanaf 1751) en Johann Gottlob Kruger (1753) .
In de loop van 1754 is hij weer terug in Lieme en als Doctor Christian Rudolph Bödeker is hij tenminste 4 keer doopgetuige geweest te Lieme. De doop van Henrich Christian Theopold zou aan de wieg staan van vele generaties chirurgen en artsen in Lemgo en nadien Blomberg. Op 30 september 1755 laat hij zich als burger van Lemgo inschrijven Daarin word hij als de zoon van de overleden Arend Christian Bödeker uit Lieme omschreven. Deze inschrijving is nodig omdat hij wilde trouwen (en zich vestigen) in Lemgo. Op 8 oktober 1755 trouwde Christiaan Rudolph uit Lieme (in huis, classis St Nikolai) met de weduwe Catharina Sophia Müller,.gedoopt Lemgo (St Nikolai) op 2 maart 1721, dochter van advocaat en burgemeester Wohlrath Müller en Margaretha Ilsabein Brandt. Zij was eerder getrouwd met Gottfried Wilhelm Hagen, Doctor Medicinae, gedoopt Bielefeld (Altstadt) op 3 augustus 1725, overleden Lemgo 18 december 1753, begraven (St Nikolai) op 21 december. Hij was een zoon van Johann Hermann Hagen, wijnhanderlaar en Anna Maria Endelers. Uit dit huwelijk een dochter Maria Sophia Hagen, gedoopt Lemgo (St Nikolai) 5 mei 1750, begraven 12 december. ? Na het huwelijk gingen zij in haar huis wonen aan de Mittelstrasse 83. Dit huis (foto uit 1890 waar laken of vlag uithangt) behoort tot de oudste van Lemgo (midden 15e eeuw) uit de familie van haar moeder (die behoorde tot de koopmansfamilies Bödeker en Brautlacht) evenals het huis ernaast nr 85. Het huis nr 83 is waarschijnlijk door de koopman Henrich Brutlacht de Oudere (ca 1500-1578) in het eerste kwart van de 16e eeuw gebouwd. Beide huizen zijn beschreven in diverse publicaties In het huis nr 85 (Brautlachthaus) was een geornamenteerde schouw aanwezig met de initialen AB en EB (Alhard Brautlacht en Engel Bödeker). Deze schouw is bij een verbouwing begin 20e eeuw verwijderd en overgebracht naar het "Hexenbürgemeistershaus" en is daar aangebracht.
Op 12 april 1757 is Christian Rudolph getuige bij doop van Johann Rudolph, zoon van Johann Friedrich Kuhfuss te Bösingfeld. Deze Johann Friedrich Kuhfuss is een broer van de stiefvader van Christian Rudolph. Johann Friedrich Kuhfuss was voorts eerder gehuwd (1745) met zijn Christian Rudolphs zuster Johanna Christina Bödeker. Die overleed kort daarna waarna hij hertrouwde. Uit het huwelijk zijn de volgende kinderen voortgekomen:
Christiaan Rudolph wordt op 24 november 1768 begraven te Lemgo (St Nikolai, 1e classis). Hij zou toen 49.5 jaar oud zijn geweest. Daar heeft men duidelijk maar een slag naar geslagen.
Gezien de woordkeus in een akte ("unglückliches Geschehen") is het mogelijk dat hij op een onnatuurlijke wijze aan zijn eind gekomen is (hij was immers nog jong) maar verdere aanwijzingen daarvoor zijn niet gevonden. Op 24 februari 1772 overleed zijn weduwe aan chronische koortsen, "hitzigen faulen Gallen Fieber', aldus een nota van Dr A.C. Matthai. Volgens dezelfde nota die zich uitstrekt over 1.5 jaar had ze daar al geruime tijd last van. Al de volgende dag 25 februari 1772 zijn Ratsherr Henrich Dietrich Müller en Kaufmann Johann Anthon Doht tot voogden benoemd (beiden aangetrouwde ooms). Zij werd begraven in de St Nikolai (1e classis) op 27 februari. Er werd een uitgebreide boedel inventaris opgemaakt. Deze is aanwezig in de zeer eveneens uitgebreide nalatenschapbescheiden in het Stadsarchief Lemgo. Het huis werd ter veiling aangeboden (13 juni 1772) doch niet verkocht. De aanbieding omvatte niet alleen het woonhuis doch ook een aangebouwde stal en schuur en een plaats met eigen bron en pomp (die in 1900 nog aanwezig was). Daarnaast werd ook de kroeg te Lieme aangeboden welke na opbod is verkocht voor 2025 Rtl. Verslag met de uitgebrachte biedingen lopend van 1500-2025. De hoogste bieder was Johann Georg Steinmeier die de helft direct betaalde en de rest in termijnen. Hij zou een matige betaler blijken. De voogden moeten diverse malen dreigen te procederen om de jaarlijkse afdracht te krijgen. Het is niet uitgesloten is dat een deel helemaal niet meer betaald is. De boedelbeschrijving geeft een precieze opgave van de inrichting. Bijzonder is een grote verzameling boeken (350) die allen met titel, schrijver, uitgever enn jaartal zijn opgesomt. Voor een groot deel zijn dit medische werken ook uit loop de 17e eeuw die mogelijk nog aan zijn grootvader hebben toebehoord. Maar er zijn ook algemene boeken over godsdienst, landen en volken, frans woordenboek en een grieks boekje over Hippocrates uit 1540. Wat er met deze boeken is gebeurd is niet bekend. In zijn nalatenschap zijn verder rekeningboekjes aanwezig bijgehouden door Christian Rudolph als voogd over de nagelaten kinderen van Bernhard Müller, de broer van zijn vrouw. Op 31 jul 1775 werd voor ieder kind een lot in de loterij van Bad Meinberg verworven. De stichting van het kuurort Bad Meinberg was een initiatief van Dr A.C.Matthai. Er viel overigens geen prijs op. De loten zijn nog aanwezig in de nalatenschapspapieren Op 16 jul 1779 werd Henrich Dietrich Müller vervangen als voogd door Procurator Meyer. Dit zal verband houden met grote financiele problemen waarmee hij als linnenkoopman verkeerde. In 1777 vroeg hij faillisement aan. Er zijn overigens geen redenen om aan te nemen dat deze Müller iets ten nadele van de nalatenschap zou hebben gedaan. In 1780 (de zoon is inmiddels buitenslands) wordt het huis aan de Mittelstrasse verhuurd aan de Accisenschreiber Conrad Dietrich Bentzelers (familie van Christian Rudolphs moeder). Tenslotte nadat gebleken is dat de zoon niet meer naar Lemgo zal terugkeren wordt het huis verkocht aan Gastwirt en Backer Wippermann. De Rat van Lemgo geeft daar in 1781 toestemming voor. Na de nodige chicanes (de voogden weigeren verantwoording af te leggen en inzage te geven) wordt de nalatenschap definitief afgehandeld in mei 1788. Dan blijkt er weinig meer over te zijn. Terug naar Arnd Christian Bodeker (1688-1738) |
|
De gegevens is uitgaand van eigen onderoek tot stand gekomen door eigen onderzoek en daarnaast de medeweking en informatie die door anderen is gegeven Naast mijn dank daarvoor en waar mogelijk heb ik dat vermeld. Overname van gegevens uit deze website is toegestaan. Bronvermelding stel ik daarbij op prijs. |