Website Chris Bödeker en Loes Bödeker-Lijmberg (Genealogie)

 

VII-a Johann Christian Wilhelm Bödeker

Johann Christian Wilhelm Bödeker werd geboren op 17 september 1756 en op de 21ste gedoopt door Ds Koch in de Sankt Nikolai te Lemgo

Op 19 maart 1775 ging hij samen met zijn zusters en onder begeleiding van Obristleutnant Duwen naar Hameln voor een driedaags bezoek. De gezamenlijke kosten bedroegen 4 gulden.

Na het overlijden van zijn moeder kwamen de kinderen in huis bij koopman Müller (waarvoor kostgeld werd betaald). Deze ging 1777 failliet en hij werd ondergebracht bij de apotheker in Barntrup om een 'vak' te leren..De leerschool had ook betrekking op andere zaken want hij verwekte een buitenechtelijke zoon bij Eleonora Dorothea Roßleben. Dit blijkt uit een doop van Johann Heinrich Christian te Barntrup.Verder bewijs is te vinden in de boedelpapieren waar stukken aanwezig van Johann Henrich Roßleben, Eleonora's vader, waarin hij de voogden van Johann Christian Wilhelm ingevolge 'ein kleine Sohn von Monsieur Bödeker' aanspreekt en een afkoop van 100 Tlr bedingt 'um daß Kind zur Christe und ordentlichen Auferzeugung bei zu tragen'. Deze afkoop wordt in twee termijnen betaald uit zijn erfdeel.

De jonge vader is ondertussen al gevlogen, mogelijk omdat hij niet met haar wilde trouwen, want op 8 october 1778 wordt een gouden horloge, afkomstig van hoofdman van Alten, in commissie naar Hamburg en Bremen gezonden.

Uit de relatie met Eleonora Dorothea Rosleben, gedoopt Bega op 22 januari 1758, getuige Anna Eleonora Lüdeking uit Humfeld. Zij deed belijdenis op 22 sept 1772. overleden te Barntrup op 6 november 1820, dochter van Johann Henrich Rosleben en Catharina Louisa Voigts. Zij zou later trouwen te Barntrup op 11 september 1785 met Jobst Henrich Kuhlmann, geboren te Aerzen rond 1757, begraven te Barntrup op 4 januari 1832.

  1. Johann Heinrich Christian, gedoopt Barntrup op 6 oktober 1778, volgt onder VIII-a.

Tussen mei 1784-sep 1784 verblijft Johann Christian Wilhelm in Emmerik en later Lingen, althans er wordt porto betaald van/naar Emmerik en Lingen. In oktober 1784 komt hij in Amsterdam aan daar er nu porto inschrijvingen van/naar Amsterdam zijn.

In juni 1787 richt hij zich tot de raad van Lemgo ("schon längst nach Holland ausgewandert") waar hij zijn beklag doet over zijn voogden inzake de overdracht van de nalatenschap van zijn vader. Hij doet dat mede uit naam van zijn zusters 'da wir schon längst die Majorität hätten' daarbij bijgestaan door zijn zwager Anthon Henrich Grone, grafelijk Kammerschreiber te Detmold. Deze laatste had al eerder een proces gestart (namens zijn vrouw) tegen de voogden. De voogden (Johann Arnold Doht en Notaris Meyer) zijn echter weigerachtig tot een afrekening over te gaan. Beschuldiging van slecht beheer en verkwanseling van de familie bezittingen worden genoemd. Na een tussentijdse betaling van ca 95 gulden wordt in mei 1788 finaal geliquideerd met een restwaarde van welgeteld 5 gulden en 23 groschen die Anthon Henrich Gröne in ontvangst neemt van Notaris Meyer.

Op 18 april 1792 is hij nog een keer terug en wel in Detmold waar hij als doopgetuige (met vermelding Apotheker in Amsterdam) bij Christian Wilhelm Grone een zoon van zijn zuster Friederica Elisabeth..Op 16 juli 1793 deed hij apothekers examen te Amsterdam en 10 september daaraan volgend vestigde hij zich in de Westerstraat en liet hij zich als poorter van Amsterdam inschrijven.

Vlak daarvoor had hij zijn ondertrouw aangemeld en wel op 4 Sept 1795. Hierna volgt een afbeelding van deze inschrijving.

"Johan Christian Wilhelm Bödeker van Le(m)go in Lippe, Luthers, oud 37 Jaren op d’Anjeliersgracht, ouders dood, geass: met Rudolph Kuhfos op de Noordermarkt. Catharina Broers van Veendam in Groninger land, Luthers, oud 36 Jaren, woont als boven, ouders dood, geass: met haren Suster Swaantje Jans Broers, woont alhier".

Getuige daarbij is Johann Rudolph Kuhfuss is als eerder beschreven een verwant maar geen bloedverwant Johan Christian Wilhelm.

Dan is er nog verwarring over meerdere dochters met naam Trijntje/Catharina. Lang was ik in de veronderstelling dat de doop (als Trijntje) te Veendam op 21 mei 1769 (NH), dr. van van Jan Alberts (Broers) en Catharina Datema de juiste was. Het onderzoek van Otto en Marianne Sikkens met afstamming van deze Trijntje 1769 maakte dit onhoudbaar en de conclusie is dat de dochter Catharina van 11 maart 1759 als dochter van Jan Alberts en Catharina Datema de juiste is waanrna de leeftijd prima klopt. Blijft de vraag waarom zij gezegd heeft dat beide ouders dood waren (anders had haar moeder toestemming moeten geven uit het verre Groningen) maar waarschijnlijk was er haast terwijl de Fransen ons net aan het bevrijden waren.

Uit het huwelijk zijn vier kinderen geboren en wel:

  1. Sophia Christina (tweeling met 2), geb. Amsterdam 19 oktober 1795, ged. 23 oktober, begr. Amsterdam (Karthuizer Kerkhof) 3 november 1795. Doopgetuigen waren Johann Rudolph Kuhfuss en Johann Andreas Stelnbaenner
  2. Catharina Johanna (tweeling met 1), geheel identiek aan 1.
  3. Wilhelm Christian, geboren Amsterdam 8 oktober 1797, gedoopt (EL) 14 oktober , Zie verder VIII-b
  4. Johann Rudolph, geboren Amsterdam 22 december 1800, ged. 8 januari 1801(EL), Zie verder VIII-c

Hij overleed op 22 december 1835 te Amsterdam in de Westerstraat. Hij liet onroerend goed na alsmede kinderen.Er is een overlijdens advertentie bewaard gebleven.

Catharina Broers trok (na afhandeling van de zaken) in bij haar jongste zoon alwaar zij overleed in de Nieuwe Leliestraat 62 op 23 februari 1837. De leefijd laat ook een geboorte 1759 afleiden Ook van haar is een overlijdensadvertentie bewaard gebleven:

Terug naar Christian Rudolph Bödeker (1730-1768)

De gegevens is uitgaand van eigen onderoek tot stand gekomen door eigen onderzoek en daarnaast de medeweking en informatie die door anderen is gegeven Naast mijn dank daarvoor en waar mogelijk heb ik dat vermeld. Overname van gegevens uit deze website is toegestaan. Bronvermelding stel ik daarbij op prijs.