Website Chris Bödeker en Loes Bödeker-Lijmberg (Genealogie)

 

XI-a Christiaan Bödeker

Geboren Amsterdam Amsterdam 20 september 1898, machinist, zoon van Christiaan Bödeker en Catharina Veldhuizen

Op 31 mei 1923 ingeschreven in de Lootstraat 28 2 hg. Op 21 mei 1930 verhuisd naar de Bonairestraat 89 1 hg. Zijn echtgenote Helena woonde daar tot haar dood.

 

<-Chris in een hut (met dank aan Monique Bödeker)

Hij is getrouwd Terneuzen 31 mei 1923 met Helena Frederiksen, geboren (s'morgens half vijf) Terneuzen 12 december 1894, overleden Amsterdam (Luthers Diakonessen) 5 februari 1965, begraven Diemen 10 februari, dochter van Pieter Andries Frederiksen en Cornelia Sol.

Uit dit huwelijk

  1. Christiaan, geboren Amsterdam 13 maart 1924.Volgt XII-a

Christiaan Bödeker is omgekomen als machinist 2e klasse aan boord van het KNSM schip SS "Berenice". Op 19 juni 1940 s'nachts vertrok het KNSM schip 'Berenice' (1170 ton, in 1919 aan de vloot toegevoegd) met 22 vluchtelingen (waaronder de schrijver Hendrik Marsman (Denkend aan Holland) , diens vrouw alsmede de Friese etser Tjerk Bottinga) uit de Franse havenstad Bordeaux.Daarvoor had men al een maandenlange zwerftocht achter de rug beginnend in Odessa (met een lading aardappelen). Op 10 mei 1940 kreeg men opdracht om niet naar Nederland terug te keren en koers naar een geallieeerde haven te zetten. Men liep rond 20 mei Bordeaux aan. Een maand lang bleef men daar liggen omdat de Franse autoriteiten niet toestonden dat het schip vertrok. In het licht van de naderende val van Frankrijk kreeg men op 19 juni tenslotte toestemming te vertrekken naar de Engelse haven Falmouth. Om middernacht ging men voor anker in de monding van de Gironde.Met 4 andere schepen (Orpheus, Nettie, Arie Scheffer en de Seine, een sleepboot) had men afgesproken gezamenlijk naar Falmouth te varen.

Pas op 20 juni 1940 om 12.30 koos men zee. Op de 'Berenice'was de volgende dag alleen de 'Nettie'nog in zicht. Om 7.15 deed zich onverwachts midscheeps een heftige explosie voor waarna het schip binnen 3 minuten over de voorsteven zonk. Slechts zij die door toeval bovendeks waren overleefden het. De toegesnelde 'Nettie' pikte slechts 8 overlevenden (waaronder een 4 jarig jongetje) op waaronder kapitein Huygens en de vrouw van Marsman. Kapitein Huygens had zware kneuzingen en overleed nog dezelfde avond. Hij werd te Falmouth begraven. In totaal waren er 39 slachtoffers, 18 van de bemanning en 21 passagiers. Hoewel torpedering niet uitgesloten is, is dit geenzins bewezen.

De gangbare lezing zijnde de U-65 (commandant von Stockhausen) rapporteert dat hij op 22 juni om even 6 uur s'avonds een tanker torpedeerde van 7000 ton. Dat kan echter nauwelijks de Berenice zijn geweest (afmeting, geen tanker, de datum en tijd). Bekend is echter ook logboeken van U boten niet altijd betrouwbaar zijn. De (Britse) admiraliteits commissie komt tot de conclusie dat alhoewel het direkte bewijs ervan ontbreekt, een oorlogshandeling als oorzaak van de ondergang van de 'Berenice' moet worden aangemerkt, maar dat de precieze reden onbekend is. De drie andere schepen die tezamen met de Berenice waren vertrokken kwamen op 22 juni behouden in Falmouth aan.

Hendrik Marsman schreef al voor 1926 een gedicht "De Overtocht" wat een wonderlijke voorvoeling van zijn einde lijkt te zijn.

De gegevens is uitgaand van eigen onderoek tot stand gekomen door eigen onderzoek en daarnaast de medeweking en informatie die door anderen is gegeven Naast mijn dank daarvoor en waar mogelijk heb ik dat vermeld. Overname van gegevens uit deze website is toegestaan. Bronvermelding stel ik daarbij op prijs.